Mijnbouw

Frans Engelen (* 26-1-1920 -  † 18-2-2004)

Mijnbouw en archeologie in Limburg

Mijnbouw
 
Home > De mijnlamp  

 

 

"De Mijnlamp" mijnbouwkundig tijdschrift voor Nederland en BelgiŽ

Het tijdschrift De mijnlamp,  uitgegeven onder auspiciŽn van de Mijnschool Vereniging te Heerlen (MVH) was een technisch mijnbouwkundig tijdschrift, ontstaan als orgaan van de Mijnschool Vereniging te Heerlen in 1939.Het tijdschrift De mijnlamp: omslag gebonden editie

Het tijdschrift was gewijd aan mijnbouw, energievoorziening, kolenveredelingsbedrijven en later ook de daarmee verband houdende chemische industrie.

De Mijnschool Vereniging was opgericht op 3 april 1938.

Het hoofddoel van de Mijnschool Vereniging Heerlen was "Het bevorderen van de goede geest en de kameraadschap onder de mijnscholieren en de gediplomeerde mijnopzichters en tussen beide groepen onderling".

De groei van de MVH verliep voorspoedig. Daarom werd in 1939 besloten om op de diverse mijnen afzonderlijk afdelingen op te richten.
Door het organiseren van lezingen, reŁnies, excursies en sportactiviteiten heeft de MVH belangrijk bijgedragen aan de goede verstandhouding bij het kader in de Limburgse mijnindustrie, terwijl ook aan de algemene en de mijnbouwkundige vorming en ontwikkeling werd gewerkt.
Daarnaast had de MVH een gunstige invloed op de diverse facetten van het opleidingsprogramma van de ondergrondse opzichters.

Met meer dan 2000 leden (1963) verdeeld over de afdelingen: Dominiale, Wilhelmina-Willem-Sophia, Laura-Julia, Oranje Nassau, Emma, Hendrik en Maurits, was de MVH een grote vereniging geworden.

Met de zuster verenigingen in Duitsland, de Ring Deutscher Bergingenieure waren goede contacten.

Het tijdschrift "De mijnlamp".

In 1939 werd besloten over te gaan tot het uitgeven van een verenigingsblad getiteld  "De mijnlamp".

De eerste editie van "De mijnlamp" werd uitgegeven op 1 juni 1939.

De mijnlamp ( 3e jrg. no.2, aug. 1945)

Omslag van het mijnbouwkundig tijdschrift "De mijnlamp" van augustus 1945
H. Hoekstra,  J. Driessen en J. Thijssen waren de eerste redacteuren.

De eerste afleveringen verschenen maandelijks tot en met mei 1940 (1e jaargang nummer 9), waarna de oorlog het verder uitgeven belemmerde.

In september 1940 werd de uitgave weer hervat. Met januari 1941 begon de telling van de 2e jaargang die een regelmatige verschijning doormaakte.

Door oorlogsomstandigheden werd in 1942 begonnen met kwartaaluitgaven, maar na twee nummers werd het tijdschrift stop gezet i.v.m. het niet toetreden tot de "Cultuurkamer". Het laatste nummer was 3e jaargang nummer 2 (maar moest eigenlijk zijn: 4e jaargang nummer 2).

De onjuiste telling vindt haar oorzaak in de beginjaren van het tijdschrift, toen men ervan uitging dat een jaargang tenminste twaalf nummers moest tellen.

In september 1945 verscheen "De mijnlamp" weer, maar sloot met de telling abusievelijk aan op 1942 (dus 3e jaargang nummer 3).

Sindsdien is "De mijnlamp" regelmatig verschenen, maar de foutieve nummering bleef bestaan tot 1962 (15 januari) Jaargang 21, no.1

Teneinde de nummering in overeenstemming te brengen met de werkelijkheid en niet achteraf onduidelijkheid te krijgen met de opeenvolging in de gebonden jaargangen werd de volgende oplossing gekozen:
In 1962 werd de nummering voor het eerste halfjaar 21e jaargang, en voor het 2e halfjaar jaargang 22.
Januari 1963 start dan met de 23e jaargang

Een overzicht:

  • 1939: 1e jaargang
  • 1940: 2e jaargang
  • 1941: 3e jaargang
  • 1942: 4e jaargang
  • 1945:  5e jaargang (1943 en 1944 niet verschenen)
  • ....
  • 1962 22e jaargang

Ontwikkeling van het tijdschrift:

De mijnlamp (6e jrg. no. 8, jan. 1949)

De mijnlamp jrg. 6 no. 8 (jan. 1949

Het eerste nummer werd uitgegeven op 1 juni 1939 en besloeg slechts enkele pagina's. Het tijdschrift bevatte in die tijd vooral Afdelingsnieuws van de volgende afdelingen: Oranje Nassau Mijn; Emma-Hendrik; Staatsmijn Maurits); boekennieuws en daarnaast enkele algemene artikelen van belang voor mijnwerkers, wetenswaardigheden e.d.

In 1945 werd C.J. Gulpers hoofdredacteur. De beschermheer was Mr.  Dr. W.F.J. Frowen.

Frans Engelen was in die periode betrokken bij een nieuw tijdschrift van de Staatsmijn Maurits, getiteld: "De mijnbouwer". Op 15 februari 1945 verscheen de 1e editie van De mijnbouwer. Na 6 afleveringen, met diverse artikelen van Frans Engelen (zo’n 10 bijdragen) werd het tijdschrift opgenomen in De mijnlamp.

Het tijdschrift De mijnlamp kreeg daarom met i.v.m. het 3e nummer van jaargang 3 (september 1945) als ondertitel: "waarin opgenomen De mijnbouwer"

Frans Engelen schreef ook al vrij snel artikelen voor het tijdschrift De mijnlamp en kwam in 1945 in de redactie.

Eind 1946 werd het hoofdredacteurschap overgenomen door Dhr. P. Sterrenberg.

In oktober 1948 volgde Frans Engelen Dhr. P. Sterrenberg op als eindredacteur van De mijnlamp. Frans Engelen bleef tot de laatste editie in 1969 eindredacteur van het tijdschrift (dus ruim 21 jaar eindredacteur).

De mijnlamp (12e jrg. no. 5, apr. 1954)

De mijnlamp 1954

In 1947 besloeg de jaargang 80 pagina's (er waren toen nog geen advertenties in het blad opgenomen.

In 1951 verschenen de eerste advertenties in het blad en het aantal pagina's per editie varieerde van 8 tot 16.

In 1955 was het aantal pagina's per aflevering inmiddels gegroeid tot 28.

De lay-out van het tijdschrift verbeterde en de kwaliteit en onderwerpen van de artikelen nam toe en varieerde van technische artikelen, geschiedkundige artikelen, artikelen over algemene vorming voor de mijnwerkers en artikelen over Europese en internationale ontwikkelingen.

Belangrijkste doel van het tijdschrift bleef altijd: Bevordering van de algemene mijnbouwkundige vorming van het ondergrondse toezichthoudend personeel

De groei van het tijdschrift (zowel in aantal abonnees, verspreiding als omvang) bleef toenemen:

  • Jaargang 15 (1957) telde 495 pagina's
  • Jaargang 23 (1963) 717 pagina's

Het tijdschrift was in de jaren 50 uitgegroeid tot een Internationaal gerespecteerd mijnbouwkundig tijdschrift.

Artikelen schrijven moest in de vrije tijd gebeuren maar Frans Engelen wist in kort tijd het tijdschrift uit te laten groeien van een verenigingsorgaan tot een internationaal erkend mijnbouwkundig tijdschrift voor Nederland, BelgiŽ en Duitsland en kreeg in 1957 als ondertitel: Mijnbouwkundig tijdschrift voor Nederland en BelgiŽ.

Omslag van "De mijnlamp" in 1966
Omslag van het mijnbouwkundig tijdschrift "De mijnlamp"

Het verspreidingsgebied (internationaal) was behalve Nederland en BelgiŽ ook: West-Duitsland, Frankrijk, oostenrijk, Engeland, Zweden, Suriname en Zuid-Afrika.

Bijdragen aan het tijdschrift kwamen dan ook uit binnen- en buitenland.

De Mijnlamp heeft in belangrijke mate bijgedragen tot de voorlichting van de leden en werd het gezicht van de MVH.

Door het besluit van de regering in 1965 werd door Minister Den Uyl op 17 december 1965 een keerpunt ingeluid voor de Limburgse mijnindustrie: De aankondiging van de sluiting van de mijnen.

Herscholing en omscholing van een aantal leden van de MVH werd toen van groot belang.

De aankondiging van de mijnsluiting had natuurlijk directe gevolgen voor het tijdschrift. Was het tijdschrift in de loop der jaren enorm gegroeid, nu ontstond het tegenovergestelde. Het aantal artikelen en advertenties (en dus het aantal pagina's) namen af.

  • Jaargang 26 (1966) had nog een omvang van 344 pagina's.
  • Jaargang 27 (1967) 120 pagina's
  • Jaargang 28 (1968) 71 pagina's
  • Jaargang 29 (1969) 30 pagina's De laatste aflevering verscheen in het 4e kwartaal van 1969.

Het aantal leden van de MVH was door de sluiting van de mijnen enorm teruggelopen. Daarom werd de Vereniging op 31 december 1969 opgeheven. Ook het tijdschrift "De mijnlamp" zou dan niet meer verschijnen.

Vanwege zijn enorme bijdrage aan het tijdschrift De mijnlamp kreeg Frans Engelen  in oktober 1969 een Koninklijke onderscheiding: de Eremedaille Goud in de Orde van Oranje Nassau.


 
 

Web-site gemaakt door Henk Engelen

Top

Revised: